Op anderhalvemeter werken: zes brein-gebaseerde tips

Terug naar Blog

Op anderhalvemeter werken: zes brein-gebaseerde tips

3.7/5 - (3 stemmen)

Je brein en je omgeving zijn doorlopend met elkaar in interactie. Het is een onderlinge afhankelijkheid die altijd aanwezig is. Doordat we nu op anderhalvemeter afstand met elkaar gaan werken, heeft dat effect op het brein. Hoe het brein reageert, heeft op zijn beurt weer effect op invoering van de maatregelen om op anderhalvemeter veilig te werken. Deze interactie is – met kennis van de werking van het brein — prima ten positieve te beïnvloeden. In dit blogartikel krijg je zes brein-gebaseerde tips, hoe je kunt zorgen dat de maatregelen goed worden ingevoerd.

Het brein ervaart echt een verandering bij werken op anderhalvemeter afstand

We zijn gewoontedieren. We hebben ons hele leven ingericht met gewoontes. Hoe we opstaan, hoe we reizen, hoe we met elkaar omgaan, hoe we elkaar begroeten, en ga zo maar door. Als we weer gaan werken, maar dan op anderhalvemeter afstand, kunnen we sommige van deze dagelijkse werkroutines niet meer volgen. We dienen een andere manier eigen te maken. Het brein gaat deze andere manier van werken in eerste instantie als onnatuurlijk beschouwen. Onnatuurlijk betekent niet overeenkomend met de bekende routine. Dit kan mensen lacherig maken, opstandig maken of mensen rationaliseren het weg. Wees je bewust van deze reactie. Laat deze komen en laat deze gaan. Geef deze reactie niet te veel aandacht.

We zijn sociale wezens

Mensen zijn sociale wezens. We houden ervan om even aangeraakt te worden, om een hand te geven, om even dicht bij elkaar te zijn. Sociale distancing kan een negatief effect hebben op ons welbevinden. Dit negatieve effect kan door veel mensen ervaren worden als stress. Het brein ervaart stress, dit gaat gepaard met een stressreactie. Het hele lichaam komt in de stresstand. Als een bedrijf niet zorgt dat deze ‘loop’ doorbroken wordt, kan de stress alleen maar erger worden. Blijf je dus nadrukkelijk bekommeren om de sociale interactie en relatie.

Facilitaire maatregelen zijn niet voldoende

Veel bedrijven zijn bezig met facilitaire maatregelen die het anderhalvemeter werken bevorderen. Bewegwijzering, grote cirkels op het tapijt, gelijk je handen ontsmetten bij binnenkomst, een trap voor omhoog, een andere trap voor omlaag en veel andere maatregelen. Maar alleen met deze maatregelen ben je er nog niet. Het brein heeft zich nog niet aangepast. De mensen zullen daarom nog weerstand ervaren. Als je de invoering combineert met gedragsverandering op basis van kennis van de werking van het brein, zal deze verandering in routine veel sneller gaan plaatsvinden.

Hoe zorg je dat het nieuwe gedrag een routine wordt?

  1. Leg goed uit, wat de maatregelen zijn. Er dient weinig ruimte te zijn voor interpretatie. Geef ook aan waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Duidelijkheid geeft mensen een veilig gevoel.
  2. Laat mensen autonomie behouden. Laat mensen zelf denken en mijmeren, over hoe zij deze richtlijnen gaan toepassen. Na uitleg van de maatregelen is het cruciaal dat mensen zelf na gaan denken, over de consequenties van de maatregelen voor hun eigen gedrag. Je stelt bijvoorbeeld de eenvoudige vraag: ‘welke veranderingen in gedrag moet jij ontwikkelen, bij het toepassen van deze maatregelen?’
  3. Leg uit hoe gedragsverandering werkt. Gedragsverandering vindt plaats op basis van neuroplasticiteit. Mijn ervaring is dat als mensen de principes van neuroplasticiteit begrijpen, ze sneller gedrag veranderen. Ik heb enkele video’s over neuroplasticiteit gemaakt. Dus gemakshalve verwijs ik daarnaar. Klik hier.
  4. Geef ieder zijn eigen tempo. Blijf de mogelijkheid houden om mensen in het begin thuis te laten werken. Wees je bewust dat de ene laconiek met dit virus omgaat en de ander er angstig van kan worden. Houd daarom de mogelijkheid open dat sommige mensen langzamer terugkomen naar kantoor dan anderen.
  5. Zorg voor een goed gevoel na afloop van het oefenen. Zorg voor een beloningservaring. Door dit gevoel neemt het brein een soort van besluit: “Ik ga dit patroon volgen voor de toekomst.”
  6. Zorg voor sociale interactie binnen het anderhalvemeter werken. Uit onderzoek blijkt dat aanrakingen, handen schudden en zo, vervangen kunnen worden door virtuele knuffels en aandacht op afstand. Het brein kan dit gaan ervaren als oprechte aandacht en troost.

Wat te doen als iemand zich niet aan de richtlijnen houdt?

Wat te doen als iemand zich niet aan de richtlijnen houdt? Benadruk de eigen verantwoordelijkheid door aan te geven dat deze regel voor iedereen geldt. Stel vervolgens de vraag wat hij-zij kan doen om zich wel aan deze richtlijnen te houden. De ‘waarom-vraag’ stellen is niet juist. Doe dat dus niet. Het is effectief om de ‘hoe-vraag’ te stellen met een actiegericht werkwoord.

Tot slot

In deze tijd wordt van iedereen leiderschap gevraagd. Met het juiste leiderschap kan ook in een anderhalvemeter werkplek voldoende focus, sociale aandacht en plezier zijn.

Deel dit bericht

Terug naar Blog